Column...
Op deze pagina vindt u columns van Rob Veer zoals die op geregelde tijden worden gepubliceerd. De inhoud is soms met een knipoog, soms een beetje serieus, soms leuk om te lezen. Het motto: de waarheid hoeft een goed verhaal niet in de weg te staan!
U kunt columns sluiten of openen door in de balk van de betreffende column te klikken.
Spiridon Louis won die marathon, maar sloeg dat aanbod vriendelijk doch resoluut af. De vader mocht zijn dochter houden! We schrijven Athene 1896. De Olympische Spelen waren bijna afgelopen en er was nog geen enkele Griekse zege. Alle hoop was daarom gevestigd op de Griekse deelnemers aan de marathon. De kans op een Griekse zege was groot, liefst 14 van de 18 deelnemers waren Grieken. Verder aan de start een Hongaar, een Australiër, een Amerikaan en een Fransman. Louis werd gezien als een grote kanshebber. Hij had een bereconditie opgedaan dankzij zijn werk: dagelijks vervoerde hij met zijn ezel kruiken water van zijn dorp naar Athene, een tocht van 8 mijl. Elke dag twee keer heen en weer.
John Bryant geeft in zijn boek ‘The Marathon Makers’ en prachtig beeld van het verloop van die marathon:
The fifth day of the Athens Games, Marathon Day, dawned in glorious sunshine. Long before the stadium was open at 10am, the Greek were out in huge numbers abuzz with talk of the race. Every seat in t
he stadium was taken and thousands more scrambled onto the hills looking down over the finish. The road itself between Marathon and Athens was narrow, unpaved, rutted and thick with dust.
The day before the big event, the contestants were taken to Marathon, and most of the Greek runners went to a church service on the morning of the race, where the priests offered up prayers for a home win.
After speeches in Greek ad French, the runners set out to the bright but cool conditions, with Albin Lermusiaux, the Frenchman with the white gloves, going off at a crazily aggressive pace. At the official 15km mark, the Frenchman was 3km ahead of the field and timed at an impressive 52 minutes. Well behind at this stage was Siridon Louis, aged 24, who was handed a beaker of wine and a hard-boiled egg by his stepfather. Arthur Blake, the American, gave up at around 20km, his feet covered in blood. At 25km Lermusiaux was still ahead, though paying heavily for his early pace with Edwin (Teddy) Flack from Australia gaining on him every minute. The Greek, Louis, was reported to be more than 6 minutes down on the leaders, but as they approached the 32km mark, Lermusiaux hit the wall of exhaustion so familiar to marathon runners and was overtaken by the Australian. Flack now had a very comfortable lead, and with only 10km left, it seemed certain that he would win.
But a mile or so later, Louis suddenly appeared at Flack’s shoulder, looking ‘vey fresh and running well’. They ran side by side as the road dipped downhill towards the city of Athens, and at around 5km from the finish, Louis was handed some slices of orange by the girl he was later to marry. Shortly after this, Teddy Flack ground to a standstill, defeated and broken by the surprising speed and freshness of the Greek, who had seemingly come from nowhere.
Back in the stadium, the Greek Royal Family arrived early enough to watch some of the track and field events. The crowd of 60,000 were quite subdued, politely applauding the victories of the foreigners and still unaware that Flack had dropped out . He was brought to the finish in a hospital wagon. The Colonel accompanying Louis then galloped ahead to the stadium with the news that a Greek was leading the race.
From outside the stadium, cannon boomed to announce that a runner was in sight and Louis appeared, his white vest drenched in sweat and covered in dust. The crowd erupted and the roars from the stadium were echoed by the thousands perched on the hills outside. Hats, flags and handkerchiefs fluttered like doves, women threw their jewellery at Louis like fans at a rock concert and the Crown Prince Constantine and Prince George leaped from their seats to run alongside him to the tape.
His time was 2:58:50. A full 7 minutes behind him came another Greek, Vasilakos, followed by a third Greek, Belakas. In fourth place was the only foreigner to finish – the Hungarian Gyulla Kellner, who ran in tired and angry, shouting that Belakas had never overtaken him and must have hitched a ride or taken a shortcut to have come home third. The Crown Prince, deputed to sort out the row, rapidly concluded that Belakas had indeed cheated and he was stripped of his third place.
Spiridon Louis, though, was hailed as a hero and presented with a silver medal and a crown of olive branches. He turned down the offer of a bride (*) but accepted free meals for life, haircuts for live and a plot of land. When the King asked what real reward he would like for his efforts, he chose a horse and a cart to replace his donkey. Spiridon Louis reckoned he had already done enough travelling on his own two feet and never raced again.
(*) The main backer of the Games, Georges Averoff, was said to have offered his daughter in marriage plus a million drachma dowry for the winner if he were a Greek..)
Bron: Jonh Bryant, The marathon Makers
John Blake Publishers, London
ISBN 9781844545605
Grote gezondheidsrisico’s voor beginnende lopers.
Ernstige valpartijen, brandwonden, hersenbeschadiging en zelfs vergiftging. Dat zijn de risico’s waar beginnende lopers mee kunnen worden geconfronteerd. Het risico op een vertraagde motorische ontwikkeling is levensgroot aanwezig. Op de afdeling spoedeisende hulp van het Rotterdamse Maasstad ziekenhuis kunnen ze er over mee praten……
De Europese consumentenveiligheidsorganisaties ANEC en ECSA hebben zich uiterst kritisch uitgelaten en ook de Vlaamse organisatie Kind & Gezin geeft een negatief advies. Beginnende lopers, wees op uw hoede! Wat is er aan de hand? De website www.gezondheid .be brengt duidelijkheid:
Jonge baby’s liggen vooral. Maar op zeker moment gaan ze kruipen en vervolgens lopen. Dat gaat bij de één wat vlotter dan bij de ander. Nogal eens worden deze beginnende lopers in een loopstoeltje gezet om de natuurlijke motorische ontwikkeling van het kind een overbodig zetje in de rug te geven. Eenmaal gewend aan een verblijf in dit attribuut blijken de verticale zuigelingen veel beweeglijker en wendbaarder dan wanneer zij kruipen. Ze lopen daardoor een abnormaal hoog risico op ernstige valpartijen, brandwonden en vergiftiging. In 90% van de gevallen gaat het om verwondingen aan het hoofd die kunnen leiden tot hersenbeschadiging. Loopstoeltjes zijn niet alleen onveilig, ze vertragen ook de ontwikkeling van je kind in plaats van ze te stimuleren. Een baby die nog niet zelf kan lopen, neemt in een loopstoeltje een houding aan waar hij nog niet aan toe is. Spieren en gewrichten worden daarom niet goed gebruikt en gestimuleerd.
Kinderartsen van het Rotterdamse Maasstad Ziekenhuis bevestigen in een recente studie de gevaren van kinderstoeltjes. De Afdeling Spoedeisende Hulp van het Maasstad Ziekenhuis behandelde in 2008 en 2009 zeven kinderen die een ongeluk hadden gehad met een loopstoeltje. De kinderen, allen jonger dan een jaar, liepen ernstige verwondingen op. Uit een enquête bij 150 patiënten blijkt dat 30 procent van de ouders niet op de hoogte is van eventuele gevaren. Ruim 36 procent heeft een loopstoel in huis en drie procent gaf aan dat er wel eens een ongeluk(je) mee was gebeurd. Dertig procent van de ondervraagden meent dat hun kind daadwerkelijk sneller leert lopen met een loopstoeltje.
Tja, dat is het leuke van een column….. leringh ende vermaeck!
Je leest het nogal eens op websites en in kranten en tijdschriften: “In voorbereiding op …. (volgt een wedstrijd of toernooi) is ….. (volgt een sporter of een team) op trainingsstage in….. “ en dan volgt één of andere plaats waarvoor je dan weer Google-Earth of een atlas nodig hebt om er achter te komen waar dat dan wel wezen mag.
Inmiddels ben ik op aardig wat mooie trainingslocaties geweest. Monte Gordo in Portugal; Font Romeu in de Franse Pyreneeën, Sankt Moritz in de Zwitserse Alpen en Albuquerque aan de Rio Grande in de uitlopers van de Amerikaanse Rocky Mountains. De laatste drie locaties bevinden zich allemaal op hoogte. Want als je dan toch op trainingsstage gaat, dan kun je als duursporter maar beter het zeeniveau ruim ontstijgen. Goed voor de rode bloedlichaampjes, die op hun beurt je hardloopspieren van meer zuurstof voorzien als je weer bent teruggekeerd op het N.A.P. Met als beloning: een ruime verbetering van je persoonlijke record.
Ik kan het elke duursporter aanbevelen. Ga lekker enkele keren per jaar op trainingsstage. En zoek dan, als het even kan, de hoogte op. Je hoeft heus geen toploper te zijn! Het is tenslotte heel goed te combineren met een actieve (of passieve) vakantie. Omdat je daar vaker kunt trainen en meer kunt rusten dan je gewend bent, word je volgens de wetten van de biologie sneller dan je voor de stage was. Heeft het trainen op hoogte nut? De wetenschap twijfelt, de sporters weten wel beter!
Dit jaar, vanaf half februari, zat ik drie weken in Iten, Kenia. Ik verbleef in het trainingskamp van Lornah Kiplagat. Het is niet bepaald om de hoek, je moet er wat voor doen, maar dan heb je ook wat. Zomerweer bijvoorbeeld! Het vervoer, heen en terug, is goed geregeld. Acht uur vliegen, dan nog drie kwartier vliegen, dan nog een half uurtje met de bus en je staat voor de deur van je ruime kamer. Voor 30 euro per dag heb je volpension en kun je je volledig richten op de drie zaken waar het in een sportleven om draait: trainen, eten, slapen. Nu ik er geweest ben, snap ik ook waarom Koen Raymaekers en Hugo van de Broek daar een huis gebouwd hebben. En als u de uitslag van het NK marathon hebt gezien, vorig jaar oktober gehouden in Amsterdam, dan snapt u ook waarom zij daar zijn gaan wonen. De één Goud, de ander Zilver. Ze zijn daar op life-time trainingsstage. Op 2400m hoogte. En de winnares bij de vrouwen? Hilda Kibet. Één keer raden waar zij woont…..
Tijdens één van mijn eerste trainingen in de prachtige, maar pittige heuvels in de omgeving van Iten hoorde ik een loper van achter dichterbij komen en even later werd ik ingehaald. Ik keek opzij en zag een meissie van een jaar of 12. Op kaplaarzen. Ze droeg ook nog een metalen melkbus. Ze keek me aan, zag het rode verhitte hoofd van een blanke en zei: “How are you, Mzungu?”. “Fine, how are you?” kreeg ik er nog uit. “Fine!” riep ze, gaf me nog een hartverwarmende smile en weg was ze. Ik moest vaststellen dat ze minstens twee keer zo snel de heuvel op rende als ik. Ik hield even in, zuchtte een paar keer diep en zwoegde verder de heuvel op. In een shirt met vochtafvoerende vezels, schoenen met hightech anti-pronatie tussenzolen, sokken met minuscule airtubes voor optimale ventilatie en mijn hartslagmeter met lap-functie en GPS…..
Dat hoogte-effect…. Je moet er wat voor doen, maar dan heb je ook wat!
